Datum 1 februari 2015

 

De laatste dagen gebeurt er weinig spectaculairs op de beurzen. Wel opvallend is dat de rente nog steeds door daalt, nu al 0.4%. Dit is vooral ongunstig voor verzekeraars en pensioenfondsen. Maar op termijn ook voor banken. Tevens zien de we Amerikaanse beurzen het moeilijk hebben in vergelijking met de Europese beurzen. De laatste ligt er redelijk goed bij, terwijl de Amerikaanse aandelenbeurzen in een negatieve richting bewegen. We zien ook meer grote zakenbanken adviseren Amerikaanse aandelen om te wisselen in Europese aandelen. Indien zelfs Amerikaanse analisten dit doen dan is het serious business. Dit betekent dus dat er meer vraag naar Europese aandelen ontstaat. Vele Europese verzekeraars, banken en pensioenfondsen hebben in het recente verleden juist vooral afgebouwd in Europa. Deze moeten dus nu snel hun posities weer terugdraaien naar meer Europese aandelen, anders wordt de wereldwijde benchmark gemist. Ook zal er meer vraag zijn naar indextrackers met Europese aandelen, waardoor de vraag naar de onderliggende Europese aandelen ook zal toenemen.

 

Of de Europese beurzen hierdoor automatisch omhoog gaan is nog de vraag. We zijn in Europa relatief al hard gestegen in de eerste maanden (we staan overigens nog steeds zeer laag ivm Amerika), dus een correctie is zo ingezet. Daarnaast zal veel afhangen van de bedrijfscijfers die binnenkort in Europa losbarsten. Deze zullen ongetwijfeld tegenvallen, waardoor een stevige correctie kan ontstaan. We hebben dit reeds waargenomen bij Shell, die na bekendwording van de laatste kwartaal cijfers over 2014 zo weer 6% lager wordt gezet. En dan zijn er nog niet eens verkoopadviezen door de grote zakenbanken afgegeven. Indien die deze week volgen dan zakt Shell zo nog eens met procenten tegelijk, waarna het zich stabiliseert en daarna weer stijgt. Zo gaat het namelijk al 30 jaar, dus niet zo moeilijk te voorspellen.

 

Verder is het vooral opletten geblazen met de fondsen waarin fors geshort is, zoals Fugro, SBM, Arcelor Mittal, Imtech, OCI, etc. Deze fondsen flipperen op dagbasis heen en weer. Wat betreft Imtech lijkt onze manipulator weer aan te het werk sinds 2 dagen. Verkooptransacties van 1 aandeel zijn weer aan de orde van de dag telkens 1 eurocent lagere koersen. Wel is de Omzet in Imtech de laatste weken hoog en de koers stijgt, dus dat kan nog wel even doorgaan.

 

Arcelor Mittal begint ook een ander beeld dan de laatste tijd af te geven. In het begin van de handel staat het aandeel meestal procenten hoger, om vervolgens in de loop in de ochtend in de min te worden gezet, daarna weer in de plus en als de Amerikanen wakker worden weer fors in de min. Vrijdag wad dit ineens anders. Aan het eind van de handel werd Arcelor Mittal ineens bij zeer aanzienlijke omzetten fors hoger gezet, zonder interrupties overigens. Betekent dit een ommerkeer, en kan het aandeel eindelijk weer stijgen naar een normaal koersniveau. De dikke EUR8 die nu voor Arcelor Mittal wordt betaald lijkt wel extreem laag. Wellicht een mooie kans.

 

Een aantal andere fondsen zijn wel erg hard gestegen, zoals Randstad en Unilever en zullen niet al te veel stijgingspotentieel meer hebben.

 

Er wordt veel gespeculeerd over de gevolgen en risico’s van de lage rente van dit moment. Vooral voor verzekeraars, banken en pensioenfondsen heeft de lage rente grote gevolgen. Hieronder zal ik ingaan op de gevolgen voor verzekeraars. In een van mijn volgende columns zal ik wat meer inzicht trachten te geven inzake de risico’s dat dit meebrengt voor de banken.

Hieronder een korte analyse van de problemen voor verzekeraars, welke overigens ook voor pensioenfondsen gelden.

  1. Inkomsten:
    • Polis premies levensverzekeringen/pensioenen/schadeverzekeringen
    • Polis fees
    • Beleggingen

 

  1. Verplichtingen
  • Uitbetaling polishouders
  • Operationele kosten

 

 

  1. Rendement op eigen vermogen

 

 

Solvency II stelt hoge eisen aan eigen vermogen

 

 

Strategie:

  1. Zoveel mogelijk premie inkomsten
  2. Zoveel mogelijk fees
  3. Zo stabiel mogelijke waarde beleggingen
  4. Zo laag mogelijke verplichtingen
  5. Zo hoog mogelijk rendement op eigen vermogen
  6. Rente-ontwikkeling
  7. Winstgevendheid
  8. Solvency II

 

 

Ad 1.

Zoveel mogelijk premie inkomsten. Premie inkomsten dalen dramatisch door lage rente.

Het wordt door de huidige lage rente steeds lastige polissen af te sluiten omdat er door de lage beleggingsopbrengsten weinig kapitaal in het vooruitzicht wordt gesteld. Dit betekent dat potentiele klanten naar alternatieve oplossingen gaan zoeken. Ook bij schadeverzekeringen wordt de winst behaald uit beleggingen.

 

Ad 2. In het licht van ad.1 wordt er steeds meer naar fees gestreefd

 

 

Ad 3.

Verzekeraars en banken streven net zoals alle andere bedrijven overigens naar voorspelbaarheid. Dus grote schokken op de beurs en in de rente zouden zo weinig mogelijk invloed mogen hebben. Daartoe worden beschermingsconstructies opgezet die bescherming geven tegen koersdalingen van aandelen en daling van de rente. Deze constructies, veelal derivaten zoals rente-swaps, put opties op aandelen en andere derivaten, kosten vel geld en daarnaast voorkomt het dat de partijen profiteren van koersstijgingen van aandelen en rentestijging. In enkele gevallen worden in dat geval zelfs grote verliezen geleden door bijvoorbeeld bijstortingsverplichtingen. Dit terwijl de rest van de markt dus stijgt. Dit is lastig uitlegbaar.

Tevens worden verzekeraars door Solvency II verplicht minder risico te beleggen. Des te risicovoller des te meer reservekapitaal daar tegenover dient te worden gesteld. Daarom vluchten verzekeraars in banken steeds meer in veilige beleggingen, waardoor het rendement ook automatisch lager wordt.

Door de lage rente kunnen de premieinkomsten dus ook slechter worden belegd.

 

Ad 4.

Zo laag mogelijke verplichtingen.

De validering van de verplichtingen is sterk afhankelijk van de rente stand. Een daling van de rente doet de verplichtingen toenemen. Dit is dus nadelig voor verzekeraars en banken. Partijen proberen dit risico af te dekken door rente-swaps of andere constructies waardoor de gevoeligheid voor rentedalingen wordt beperkt, zoals de duration van de obligaties verlengen. Ook deze beschermingsconstructie heeft als nadeel dat als de rente stijgt hiervan niet geprofiteerd wordt. De verplichtingen nemen dan wel iets af maar dit wordt negatief gecompenseerd de verliezen in de beschermingsconstructie. Nu de rente zo laag staat is het maar zeer de vraag of daadwerkelijk wordt geprofiteerd van een rentestijging.

 

 

Ad. 5

Zo hoog mogelijk rendement op eigen vermogen. Dit kan op twee manieren worden bereikt, namelijk door de inkomsten te verhogen, dan wel door het eigen vermogen te verminderen. Om met de verlaging van het eigen vermogen te beginnen, daar worden natuurlijk verschillende trucjes voor toegepast. Er kunnen eigen aandelen worden ingekocht. De winst wordt dan verdeeld over minder aandelen dus lijkt het rendement op eigen vermogen hoger. IBM past dit al vele jaren toe, maar ook andere bedrijven. Zo blijven die aandelen interessant voor beleggers vanwege het hoge dividend rendement.

 

 

Ad 6. Rente-ontwikkeling

Normaal gesproken profiteren verzekeraard dus van en rentestijging. Maar door de beschermingsconsructies middels een rente-hedge zou dit in de praktijk wel eens geld kunnen kosten i.p.v. opleveren. Lage rente is vervelend voor oude polissen, waarin nog hogere rendementen zij gegaranderd, maar een groot probleem voor nieuwe polissen. Het lage beleggingsrendement maakt het oninteressant voor klanten om een polis af te sluiten en bij schadeverzekeringen wordt een laag rendement gemakt op de inleg.

Een stijging van de rente kan verschillende gevolgen hebben. De solvabiliteit stijgt door de afname van de verplichtingen, maar de obligatieportefeuille daalt in waarde. Aan de andere kant verdient de verzekeraar meer op bestaande polissen, ook in de toekomst.

 

Ad. 7 Winstgevendheid

De winst moet dus komen uit producten met een hogere marge en hogere fees. Schulden kunnen worden afgebouwd door bijvoorbeeld conversie van convertibles in aandelen (vreemd vermogen naar eigen vermogen). Wellicht levert het product onderhandse leningen iets op. Of het verstrekken van hypotheken. Of het aanbieden van de uitvoering van premiepensioenregelingen (beschikbare premieregelingen). Bij de hogere rente van een paar jaar geleden waren er uiteraard veel minder premieinkomsten nodig om aan de uitkeringsverplichtingen te kunnen voldoen. Bij de huidige rentestand van onder de 1% zullen vele levensverzekeraars minder geld ontvangen aan premies dan ze uitgeven aan uitkeringen. De waardestijging van de beleggingen kan dat geenszins compenseren dus netto zwaar verliesgevend. De spagaat waarin verzekeraars en banken zitten is dat ze alleen risicovoller mogen beleggen als de solvabiliteit voldoende hoog is. Is de solvabiliteit eenmaal laag dan kom je er lastig uit omdat dan niet risicovoller belegd (dus met hoger rendement) mag worden.

 

 

Ad. 8

Solvency II

Sovency II dwingt verzekeraars en banken minder risico te nemen. Meer risicovolle assets betekent meer kapitaal vereist. Dit betekent dat verzekeraars en banken het risico van obligaties maar het rendement van aandelen willen. Convertibles kunnen daartoe interessant zijn. Stijgt de rente dan dalen de obligaties en stijgen de aandelen tegelijkertijd dan stijgen de convertibles meestal. Stel dat een verzekeraar/bank aandelen in portefeuille heeft, dan vereist Solvency II dat een percentage (39% tenzij strategisch voor langere tijd dan 22%) van die waarde van de aandelen als vermogen wordt aangehouden (en wordt dus afgetrokken van het totale vermogen) . Dit betekent dat de solvabiliteit ook aanzienlijk daalt. De solvabiliteit zal dus bij vele verzekeraars/ banken dalen als gevolg van de introductie van Solvency II.